AkzoNobel goes Cradle to Cradle. Een gesprek met André Veneman

Read this in English?

Toen ik laatst op een Cradle to Cradle congres een spreker op de agenda zag staan, afkomstig van AkzoNobel, was ik op z’n zachtst gezegd verbaasd. Wat heeft een chemie-reus te zoeken op een congres dat draait om een ‘positieve bijdrage’ aan het milieu? Bij chemische industrie denk je nou eenmaal niet meteen aan ‘groen’. Sterker nog, alleen bij de naam AkzoNobel dringt er al een scherpe geur je neus binnen en komen beelden op van oranjekleurige waarschuwingstekens.

Toch vinden we AkzoNobel al 4 jaar terug op de Amerikaanse duurzaamheidsindex (de Dow Jones Sustainability). En tijdens het congres hoor ik verhalen over verf (Intersleek) die ervoor zorgt dat schepen 6% minder brandstof nodig hebben. Dit roept vragen op. Wat wil AkzoNobel nou eigenlijk? Gaat een voormalige vervuiler de wereld verbeteren?

Tijd voor een afspraak op het hoofdkantoor van AkzoNobel, met André Veneman, directeur Duurzaamheid.


In gesprek met André Veneman @ AkzoNobel. Foto: Maurice Mikkers

Hoe zit het nou, willen jullie geen winst meer maken?

“Juist wel,” glimlacht André. “We doen er bijzonder veel aan om onze concurrenten vóór te blijven op het gebied van duurzame innovatie. Daar hebben we scherpe doelen in gesteld: momenteel bestaat 18% van onze omzet uit producten die we eco-premium noemen en in 2015 moet dat 30% zijn. Laat ik dat wel meteen even toelichten; dat zijn dus producten die een voorsprong hebben op onze concurrenten. Een watergedragen muurverf is een mooi product, maar alle concurrenten maken dat ook. Dat noemen we geen eco-premium.

Interessante getallen, maar wat betekent dat in de praktijk?

“Laten we bijvoorbeeld eens kijken naar energieverbruik. Momenteel wordt ongeveer 40% van alle energie in gebouwen gebruikt en 20% in mobiliteit. Het voorbeeld van de scheepsverf ken je al, voor woningen ontwikkelden we bijvoorbeeld ‘light & space’ een verf die door een nieuwe pigmenttechnologie een grotere hoeveelheid licht weerkaatst, waardoor je 20% minder verlichting nodig hebt. Een ander voorbeeld is ‘cool chemistry’, een verf die speciaal voor daken is ontwikkeld en zonlicht reflecteert. Dat scheelt ruimt 20% aan airco-energie. Dit soort verven zijn inmiddels op de markt. Maar als we die 30%-doelstelling willen halen, moeten we natuurlijk veel verder kijken.

Momenteel werken ze in ons lab aan verf die als het warm is warmte opneemt en als het kouder wordt die warmte weer afgeeft. We onderzoeken ook hoe we een gezonde bijdrage kunnen doen. In China, waar nog veel met multiplex en formaldehyde vrijlatende houtpulp wordt gewerkt, hebben we bijvoorbeeld de “Dulux Anti Formaldehyde Paint” op de markt gebracht. Deze verf zuivert, door het gebruik van microbiologie, die lucht van formaldehyde. Hebben we hier in Nederland niet nodig maar daar, zeker in die kleine kamertjes, wel.

Is dat waarom AkzoNobel aanwezig is op een Cradle to Cradle congres?

“We zitten wat Cradle to Cradle (C2C) betreft nog erg in de beginfase. AkzoNobel heeft duurzaamheid natuurlijk al langer op de agenda staan, maar C2C kan wél onze processen versnellen. Binnenkort starten de eerste twee pilots. Ik wil niet uitsluiten, dat een C2C-etiket daarvan een uitkomst kan zijn, maar een sticker op een verfpot is één ding. Cradle to Cradle is een manier van denken. Bijvoorbeeld over hoe wij samen met onze klanten stoelen kunnen maken waaraan alles klopt. Daar hebben ook wij iets aan toe te voegen. En andersom hebben wij veel aan de bedrijven die zich hier ook mee bezig houden; we zijn immers niet de enigen die worstelen met de giftigheid van kleurstoffen. Een stuk hout dat geverfd is belandt nu bij het chemisch afval. Dat is eigenlijk te gek voor woorden. Het zou hergebruikt moeten kunnen worden of brandstof kunnen opleveren.”

Dat klinkt allemaal logisch. Als we bij een geitenwollensokkenbedrijf voor handgemaakte houten pollepels zouden zitten. Maar dat zitten we niet, we zitten bij een beursgenoteerd chemieconcern dat in het verleden een héél andere reputatie had dan het verhaal dat we nu horen.

Dus dat eco-verhaal is geen zorgvuldig uitgestippelde marketingtruuk?

“Als het een marketingsaus zou zijn, was ik er niet in geïnteresseerd. Voor ons is het een kwestie van winst maken. Als je nieuwe producten, nieuwe markten bekijkt binnen de randvoorwaarden van onze planeet dan móét je kijken naar afval, energie, emissie, water, risicovolle stoffen enzovoorts. Zeker als de economie wat lastiger wordt. Natuurlijk kijken we naar onze concurrenten, zoals Basf, DuPont en DSM. Welke verbeteringen hebben zij doorgevoerd? Hoe doen zij op het gebied van eco-efficiency, klimaatbeleid en duurzaam beheer van zoetwater? Laten we wel wezen, het gaat niet alleen om de ‘footprint’ van onze fabrieken, je moet ook kijken naar de productie van grondstoffen en bijvoorbeeld welke temperatuur nodig is om verf te laten drogen. Dat vertaalt zich allemaal naar het milieu.”

Het klinkt allemaal behoorlijk idealistisch en ambitieus

“Wat dat betreft kan ik alleen voor mezelf spreken. Ik vind het doodzonde als iemand tegen z’n pensioenleeftijd zegt ‘ik wil nu iets terugdoen’. Dat is laat, je kunt ook op de plek waar je werkt iets doen. En daar is iedereen hier, van de CEO tot de onderzoeker, zich van bewust. Je kunt een bijdrage leveren aan energiebesparing, schonere lucht, slim grondstofgebruik enzovoort. Dat is waar de ware winst zit: een prima omzet maken door de goede dingen te doen.”

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing:

Voor bovenstaand artikel geef ik onder voorwaarden toestemming om de tekst over te nemen voor gebruik op andere websites en/of in andere media. Voorwaarde 1 is dat zowel mijn naam als auteur, Diana den Held, als de bron, de url naar Gevleugelde Woorden of naar de betreffende tekst erbij worden vermeld. Voorwaarde 2 is dat de tekst niet commercieel gebruikt wordt. De 3e en laatste voorwaarde is dat de tekst niet wordt bewerkt of ingekort. Je kunt een eigen titel erboven zetten en een eigen intro, maar de tekst moet verder zo geplaatst worden zoals ik die heb geschreven. Overigens kunnen commerciele partijen natuurlijk wél gewoon even contact opnemen, dan nemen we de mogelijkheden door.

Opmerking:
Dit gesprek vond plaats op 14 januari 09, op verzoek van Bright Magazine (gepubliceerd in nr. 26). Het is ook online bij Bright te lezen.