Artikel: in de voetsporen van de Romeinen

Vandaag weer eens een artikel ‘uit de oude doos’. Met Mariëlle Verhoef kan ik altijd goed speuren in een stad, we begrijpen elkaar goed dus we werken graag samen voor tijdschriften zoals Stadsleven. Geen hippe winkeltjes, maar rare historische details, díé willen we zien. En zo kom je altijd weer voor verrassingen te staan…


Sta stil wandelaar en bedenk…

In de voetsporen van de Romeinen
Verkenning van een wandelroute in Nijmegen

Tijdschrift: Stadsleven Zomer 2007
Rubriek: Reportage Nijmegen – Romeinen

Mythologische geschiedenis is hot. Was het vroeger alleen Teleac waar je terecht kon voor mythologie, volksverhalen en vaderlandse historie, tegenwoordig vind je zelfs bij de commerciële televisiezenders de meest spectaculaire series. Films als ‘Gladiator’, ‘Hercules’ en ‘Alexander’ vliegen als zoete broodjes over de toonbanken en enkele jaren geleden haalde zelfs de nieuwe uitgave van de Ilias van Homerus de top tien op de boekenlijsten.

Latijn en Grieks hebben niks stoffigs meer… we zijn weer geïnspireerd geraakt door de mannen met hun toga’s en dappere strijders. Door priesters met hun onwaarschijnlijke offers en grote denkers als Seneca en Cicero. We vergapen ons aan badhuizen, beeldhouwwerken, kunstvoorwerpen en briljant aangelegde wegen. En die ontwikkeling zie je terug in het bestuur van de Nederlandse steden.

Diverse plaatsen in Nederland besteden meer aandacht aan hun zoete of duistere verleden. Er worden monumenten opgericht en wandelroutes langs bijzondere plekken in kaart gebracht. Zo ook in Nijmegen, waar bijvoorbeeld al sinds enkele jaren een waar Romeins festival wordt georganiseerd. De Romeinen hebben er opnieuw hun plekje veroverd. Tijd voor een bezoek aan de stad.

‘Via’ Nijmegen

Op internet vinden we enkele wandelroutes die langs bijzondere plekken moeten voeren. Hoewel de fotografe en ik allebei in Nijmegen gestudeerd hebben gaan we nieuwsgierig op pad, op zoek naar onbekende gezichten. Van mannen en vrouwen uit een tijd ver vóór ons.

De godenpijler

Het startpunt van onze route bevindt zich heel toepasselijk voor museum het Valkhof, dat sinds 1999 op deze locatie gevestigd is. Op het pleintje voor het museum zou een heuse ‘godenpijler’ zijn nagemaakt ter ere van het 2000 jarig bestaan van de stad in 2005. Feestelijk geopende door premier Balkenende die speciaal voor deze gelegenheid in een Romeinse strijdwagen werd voorgereden.

Het is een eigentijdse variant, gebaseerd op de brokstukken die in de jaren 80 zijn gevonden op ongeveer dezelfde locatie. Een doorslaggevende vondst, met een duidelijke verwijzing naar overwinningen van Keizer Tiberius Caesar (14 tot 37 na C.), die bevestigt dat Nijmegen een belangrijke plaats innam als Romeinse legerbasis en bestuurlijke plek. De Romeinen gaven de stad de naam: “Ulpia Noviomagus Batavorum”.

In de omschrijving lezen we dat er op de godenpijler diverse historische teksten moeten staan en dat er op de top een schildpad huist, in veel (vooral niet-Europese) culturen symbool voor geluk als deze je pad kruist. Leuk, maar waarom niet gewoon een adelaar? Hét symbool van de Romeinen?

Met eenzelfde beeld voor ogen als de gedenknaald in Apeldoorn en de monumenten in Parijs komen we van een koude kermis thuis: de godenpijler staat verscholen achter een drukke markt vol schreeuwende verkopers en rijen vol dezelfde modieuze zomerjurkjes. Zigzaggend langs weggegooid fruit en ander marktafval belanden we met moeite bij het monument en wurmen ons langs mensen die op de zuiltjes een patatje zitten te eten.


Zonnewijzerplaatjes op de parkeerplaats.

De plaatjes op de grond die van de godenpijler een zonnewijzer maken, gaan verscholen onder geparkeerde auto’s; het verband is weg, de symbolen nutteloos. Weg historische grandeur. Hallo één-en-twintigste eeuw. Het is bijna pijnlijk om te zien.

Bovendien… als liefhebber van Romeinse kunst kan ík er niet mee uit de voeten. De teksten gaan niet over goden en verwijzen niet specifiek naar de Romeinse tijd, maar beschrijven de geschiedenis van Nijmegen. Dit is geen eerbetoon aan de goden en zelfs geen egodocument zoals de Keizers van weleer ze lieten bouwen. Dit is een geschiedenis-document. Niet minder, maar ook niet meer.

Kelfkensbos

Snel zetten we onze tocht voort over de gedempte grachten en verdedigingsmuur van het verwoeste castellum uit de laat-Romeinse periode. Op naar het Kelfkensbos voor het ‘echte werk’! Donkere wolken pakken zich intussen boven ons samen, alsof we in een andere sfeer stappen. Misschien is het ook wel gepast, de Romeinen kwamen hier tenslotte ook niet met de zuiverste bedoelingen.


Vestingmuur van het oude castellum.

Als eerste wandelen we langs de Barbarossaruïne, deel van de burcht die werd gebouwd ter ere van het gezag van (de opvolgers van) het Merovingisch (=Frankisch) koningshuis. De bekendste koning uit dit geslacht, Karel, liet zich zelfs door de paus tot Keizer zalven.

Het is een intrigerende ruïne waarin veel stijlen zijn te herkennen. In de ontvangsthal zijn enkele originele Romeinse zuilen opgenomen, waarschijnlijk om de overwinning op de Romeinen te benadrukken. 


Ontvangstruimte met romeinse zuilen.

Het blijkt een tweede voorbeeld te zijn van hoe we de Romeinse geschiedenis gedurende de dag zullen treffen: er zijn weinig op zichzelf staande Romeinse elementen in de stad te vinden. Hun aanwezigheid is steeds ergens in verwerkt.

Misschien een van de leukste locaties van de dag: de St. Niklaaskapel

Vlakbij de Barbarossaruïne belanden we op een verrassende plek: de St. Niklaaskapel. Hoe langer je blijft kijken hoe meer rare details je gaat zien. Zoals bijvoorbeeld de compleet verschillende bouwstenen aan de linker- of rechterzijde. 


Twee bouwstijlen?

Ook zien we, zoals in onze wandelroute beschreven staat, inderdaad enkele Romeinse dakpannen verwerkt in de muren.


Romeinse dakpannen in de muur verwerkt.

Raar idee van recycling hadden die middeleeuwse bouwers. Maar wat zijn die tekentjes die erop staan? En wat doet dat ronde figuurtje daar op die muur? Is het een olielampje? Een Romeins symbool? Of toch stiekem een hedendaagse liefdesboodschap, gekerfd in een stukje monument? De fotografe oppert dat het toch het meest op een horloge lijkt en grinnikend lopen we verder.


Is het een horloge?

We zullen er waarschijnlijk wel nooit achter komen en lopen via de Veerpoorttrappen richting het casino aan de Waalkade.

Hulp uit onverwachte hoek

Een eindje verderop trekken de papieren in onze handen de aandacht van twee heren, die druk staan te overleggen. “Zijn jullie een speurtocht aan het doen?” vragen ze ons. “Nee, wij volgen het spoor van de Romeinen.” Met opengevallen mond kijken ze ons aan; “Oh! Wij zijn net een route aan het uitzetten voor onze leerlingen, hoe komen jullie aan die informatie dan?” Internet meneer. Internet. Wij zijn tenslotte mensen van déze tijd.

Maar het is genoeg aanleiding voor de heren leraren om in hun dagelijkse rol te schieten; “Zijn jullie dan ook al bij de St. Niklaaskapel geweest?” “Ja, daar komen we net vandaan.” “En hebben jullie daar het horloge toevallig gezien?” De fotografe en ik kijken elkaar aan. Toch een horloge.

“Ja,” mijn collega laat een afbeelding in het scherm van haar digitale camera zien, “Weet u daar meer over?” En wat blijkt… het is het symbool van een middeleeuwse horlogemaker die een belangrijke bijdrage leverde aan de restauratie van de kapel, enkele eeuwen geleden. Laten we zeggen; een middeleeuwse variant van ‘dit programma is mede mogelijk gemaakt door horlogemaker X’ dus.


Romeinse muur.

“En de Romeinse muur, hebben jullie die gezien?” We knikken. Enthousiast begint een van de mannen te vertellen over de ontdekking van deze muur bij de bouw van het casino: “Heel Nijmegen is gaan kijken toen ineens onder de middeleeuwse constructie een Romeinse muur vandaan kwam. Alles lag open en bloot, iedereen kon het bekijken, echt fantastisch om te zien. Maar,” vervolgt de verteller met een verongelijkt gezicht, “vervolgens hebben ze de boel doodleuk weer dichtgegooid om verder te gaan met dat oerlelijke gebouw. Alleen de twee stukken die jullie gezien hebben, achter glas  – jullie zijn toch wel bij het Romeinse (vloer)verwarmingssysteem aan de andere kant van het gebouw geweest? – zijn er nog.”


Romeins vloerverwarmingssysteem.

Weet ge mij een plaats te noemen…

Aan de Waalkade, net voorbij het casino met de Romeinse muren, wacht ons een tweede verrassing. Het zijn vandaag de inwoners van Nijmegen die ons het meeste leren over de historie van hun stad. We raken aan de praat met de medewerkers van museum de Stratemakerstoren die een ongekende liefde voor hun vak en stad laten zien. Na ons verhaal over de Romeinen mompelt de directeur dat er “… wel meer échte geschiedenis te vinden is in Nijmegen hoor.”


Rondeel in de stratemakerstoren.

Hij stelt ons voor aan een van de vrijwilligsters die ons een rondleiding geeft door ‘hun’ rondeel met als klapstuk de enorme tekst op het plein aan de voet van het Kelfkensbos: “Weet ge mij een plaats te noemen, die op zoveel schoons kan roemen” .

De gids wijst droevig naar de scheuren in de muren; “Kijk, als de gemeente nou híér wat geld voor over had… Maar in plaats daarvan maken ze kopieën van dingen uit het verleden. Dit is echt.” Wat ons betreft heeft ze gelijk.

Romeinen bij de middenstand

Maar het wordt hoog tijd onze Romeinse route te volgen. Volgens onze papieren is er iets bijzonders aan de hand in de Burchtstraat. Er zou een graf gevonden zijn van een romeinse dame en intussen wordt op diverse plaatsen in de straat “aandacht aan het Romeinse verleden besteed.”

Nou! Mopper ik achter de fotografe aanwandelend. Aandacht wel; er hangen posters in de etalages van de winkels die ‘iets’ doen met het verleden. Een kapper die een foto van een oude kam laat zien, dat soort werk. Leuk zo’n thema, maar niet wat we zoeken en ik duw mijn neus terug in de wandelroute.

Een paar keer links, een paar keer rechts en we staan volgens de kaart op het St. Josephhof waar allerlei sporen van bewoning in de Romeinse tijd zijn gevonden. Deceptie nummer zoveel: bijna 4 pagina’s van de route gaan over het ‘bijzondere van dit pleintje’ en wat zien we… een binnenplein vol nieuwbouwwoningen. We zijn toch niet aan deze wandeling begonnen om alleen maar over de Romeinse geschiedenis te lézen?!?

Geen doorkijkje, geen pijlen, geen bordje, geen vitrine, geen niks. Wel twee andere wandelaars met een route in hun hand die net zo vertwijfeld om zich heen kijken als wij. “Zijn jullie aan de andere kant van het pleintje geweest?” “Yep, er is geen doorgang, je kunt niks zien”. De fotografe en ik laten de boel maar achter ons. Waar zijn ze gebleven, die Romeinen?

We sluiten onze wandeling symbolisch af bij de vertrekplaats: het Valkhof, tevens de laatste post die tot de definitieve terugtrekking van de Romeinen (in de vierde eeuw) werd verdedigd. Op deze locatie vind je zowel het begin als einde van de Romeinse overheersing van Nederland. En zo voelt het voor ons ook. Waar we aan het begin van onze wandeling nog werkelijk sporen van de Romeinen vonden, hoewel verwerkt in modernere bouwwerken, zijn we ze aan het einde van de route helemaal kwijtgeraakt.

Bezoek aan het Valkhof museum

Maar de wandeling heeft ons nieuwsgierig gemaakt naar de Romeinen zelf, naar echt en ‘tastbaar’ materiaal van de mensen die hier leefden. Een bezoek aan het museum lijkt daarom niet meer dan logisch; hier zien we de brokstukken van de échte godenpijler – vol symboliek, religie, pracht en praal. En hier treffen we de bodemvondsten waarnaar de posters in de Burchtstraat verwijzen.

Het is ook in deze vitrines waar we de oplossing vinden voor het raadsel van de tekentjes in de Romeinse dakpannen in de St. Niklaaskapel: de tekens blijken vervaagde cijfers te zijn.

Het zijn de nummers van het (meestal tiende) legioen waarvoor de mannen vochten die onder deze dakpannen sliepen. Dakpannen die nu deel uitmaken van een ánder deel van de geschiedenis van de stad. De Romeinen zijn naar de achtergrond verdwenen, alleen wie goed zoekt vindt hier-en-daar nog hun signatuur.

Inzetje:

Romeinen in Nederland

Tot en met de IJzertijd werd het huidige Nederland bevolkt door stammen van Germaanse oorsprong zoals de Friezen in het Noorden en de Batavieren langs de grote rivieren. Deze laatsten stichtten de stad Oppidum Batavorum (stad der Bataven) op de plaats die nu Nijmegen heet. Maar toen kwam Caesar.

In 57 v. C. versloegen zijn troepen de in het gebied onder de Schelde en Maas wonende stammen. Er vond een versmelting plaats van Germaanse en Romeinse gewoonten. Lokale goden en godinnen (Het dorpje Elst, naast Nijmegen, wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met de Germaanse onderwereldgodin Hel) werden door de Romeinen in hun pantheon ‘ingelijfd’ en de bewoners van de streek leerden leven in een geldeconomie. Wij Nederlanders waren niet de enigen: in 52 na C. viel een kwart van de wereld onder Romeins bestuur.

Maar ook aan deze overheersing kwam een eind, in Nederland zo rond de derde/vierde eeuw. De terugtrekking van de Romeinen had tot gevolg dat ook hun cultuur voor een groot deel verdween en weer vervangen werd door die van de Germaanse stammen.

In de derde eeuw na C. tekenden zich in Nederland 3 groepen duidelijk af: de Saksen in het Oosten, de Friezen (noord/midden) en de Franken (midden/zuid). Dit zijn de stammen die wij over het algemeen als onze voorouders kunnen beschouwen. Zij verjoegen de Romeinen en vestigden zich als teken van hun overwinning op de vestingen van hun overheersers.

-

Meer artikelen voor Stadsleven