Koos van Dijk: “‘Green’ kun je natuurlijk veel verder trekken dan ‘het milieu’, je kunt het ook op je persoon toepassen.”

Het gesprek met Koos van Dijk was er eentje in een rij van bijzondere ontmoetingen (voor Green Magazine) in 2008. Foto: Mariëlle Verhoef.
Koos van Dijk is in Nederland het meest bekend door zijn rol als manager van Herman Brood. Waarschijnlijk kon niemand beter ‘mee’ in het leven en denken van Herman dan Koos. Maar wie denkt dat het ‘gelijke monniken, gelijk kappen’-verhaal hier op gaat vergist zich. Koos is geheelonthouder, vegetariër en doet veel moeite om zijn lichaam en geest gezond te houden. En dat roept vragen op als: “Hoe staat deze man dan in het leven?” en “Waar haalt hij al die energie vandaan?” Op een stralend zonnige dag gaat Diana den Held, samen met fotografe Mariëlle Verhoef, eens bij hem thuis op bezoek om een indruk op te doen.
In zijn penthouse, hoog boven Amsterdam, leren we een kant van de altijd enthousiaste en amicale Koos van Dijk kennen die hij weinig toont: een kant die erg op zijn privacy gesteld is. “Eigenlijk slaap ik het liefst hier, dit is mijn eigen kasteel toch? Maar ik moet eerlijk zeggen, ik laat bijna nooit iemand boven. Waarom zou ik dat doen? Ik kom alle dagen iedereen overal tegen. Dus de bel is hier vaak uit en de lift op slot. Dan zit ik gewoon lekker een beetje te computeren enzo.”
Koos dwarrelt van het enorme balkon naar de keuken en terug om thee te zetten en haalt zo nu en dan iets op dat hij wil laten zien. Zo blijkt hij bijvoorbeeld een prima fotograaf te zijn met een voorliefde voor zonsondergangen “Je zult bijna niet geloven hoe de zonsondergang hier elke avond anders is. Het is gewoon geweldig wat ik hier dan meemaak. Dat is mijn favorieten moment, ik rén naar huis!” Verrassend!
Green = clean
Precies zoals we hem kennen uit de media vertelt Koos honderduit en vol enthousiasme terwijl hij duizend en één dingen tegelijk aan het doen is. Koos lijkt door het leven te glijden als een schaatser op vers ijs; in volle vaart en ogenschijnlijk moeiteloos. Maar het op peil houden van zijn energieniveau blijkt een punt te zijn waar hij heel veel aandacht aan besteedt.
Koos vertelt: “Green kun je natuurlijk veel verder trekken dan ‘het milieu’, je kunt het ook op je persoon toepassen. Naast hardlopen en mijn lichaam op conditie houden, vind ik het belangrijk om gewoon goed voor jezelf te zorgen. Laten we voor het gemak ‘clean’ eens vervangen door ‘green’: onze eigen adrenaline is voor mij genoeg, dan hoef je geen dingen te drinken, slikken, spuiten of wat dan ook. Als ik bijvoorbeeld formeel een glas champagne moet nemen dan vind ik dat eigenlijk niet prettig, het kost me energie.
Ik weet zeker dat niets nemen voor mij het allerbeste is. Ik word alleen maar suf van al die dingen. Ik denk dat ik, juist omdat ik al die kunstmatige dingen weglaat, in staat ben alle invloeden in de omgeving goed in me op te nemen, alles volledig te ervaren. Bovendien; als je green/clean blijft, blijft je geweten heel helder. Je weet heel goed wat je doet. En ik geloof echt in dat oude cliché van ‘wie goed doet, goed ontmoet’.
Mediteren voor een optreden
Om geestelijk goed in balans te blijven mediteer ik. Jaren geleden, in de tijd van John Lennon en George Harrison, heb ik een goeroe leren kennen die mij transcendente meditatie heeft geleerd. Hoe het werkt maakt me eigenlijk niet zo veel uit, maar het werkt wel, zelfs als ik het even doe als ik in de lift hier sta. Voor mij als nuchtere boer uit Groningen heeft het in elk geval niets met wierook enzo te maken. Religieus ben ik ook niet, als er íéts is dat nog die kant op neigt, dan is muziek mijn religie.
Het is wel mooi hoe dat werkt, heel vaak zit ik ergens mee en dan hoor ik een flard tekst in een lied en dan denk ik ‘oh ja!’. Dan weet ik het. Zo communiceerden Herman en ik trouwens ook heel vaak. Herman schreef alles van zich af onder het motto ‘wie de schoen past trekke ‘m aan’ en ik draaide muziek met dezelfde bedoeling. Dingen recht voor z’n raap aankaarten vonden we gênant.
Als ik ga mediteren zoek ik de stilte op. Dan ga ik even, 10 minuten ofzo, in de kleedkamer liggen en daarna klim ik vaak het raam uit. Ja, in het echt. Door even ‘opnieuw te beginnen’ ben ik in staat om de hoofdingang binnen te lopen als manager, als fan en als genieter van het feest. Ik ga letterlijk het pand uit om als een nieuw persoon binnen te komen. Zo hoor ik het geluid goed, dan kan er nog iets bijgesteld worden. Maar ik laad vooral mezelf op aan de energie van de band, het publiek en de sfeer. Dan ga ik fit, helder en vol energie naar huis. Ik blijf trouwens sowieso niet lang, want ik wil mijn gehoor goed houden.
Vegetarisch om meer te kunnen doen
Ik ben al heel lang vegetariër. Niet alleen omdat ik het nou zielig vind ofzo. Maar omdat ik merkte dat ik een energiedip krijg van zwaar tafelen. Wij moesten altijd meteen verder werken, ik wilde overal bovenop zitten en dat suf worden, dat beviel me niet. Vlees eten houdt me op, als je maag goed gevuld is met zo’n maal heeft het een langere tijd nodig om te verteren, je wordt moe en ik ga dan zitten. Dat werkt niet voor mij. Ik merkte gewoon dat ik er dan niet helemaal bij ben. Dus besloot ik op mijn 34e om mijn eten aan te passen.
Uit pure ellende ben ik toen wereldwijd maar aan de tomatensoep en gado gado gegaan, daar heb ik lang op geleefd. Er was niet veel voor mensen zoals ik. Gelukkig kwam later de indo erbij, toen de thai… het aanbod wordt steeds beter. En je krijgt er oog voor. Als ik ergens verblijf dan zie ik tijdens het joggen meestal wel waar ik in de loop van de dag terecht kan.”
De achtertuin als leerschool
“Een ander aspect van ‘green’ is natuurlijk de wereld om je heen. Ik kom van het platteland. Mijn vader had een stuk grond gekocht met een enorme tuin en we hadden alles zelf eigen bonen, aardappelen, radijsjes, kool, appels, peren, aardbeien, frambozen… ga zo maar door, behalve bramen, die haalden we uit het bos. Er was alleen één nadeel: ik moest ook meehelpen en ik ging in die tijd veel liever indiaan spelen dan aardappels rooien.”
Koos trekt een verongelijkt gezicht. “Onderin de kelder lagen ze, het hele jaar konden we aardappels eten uit eigen tuin. Tegenwoordig heb ik alleen cactussen, die kun je rustig alleen laten. Maar toch, achteraf denk ik, ik ben wél heel gezond opgevoed.
Hier vlakbij is onlangs het laatste stukje natuur weggehaald. Ik vind het zo jammer dat dat ook weer is volgebouwd. Je had er nog een paadje met bramen enzo. Voor kinderen vind ik het belangrijk dat ze op kunnen groeien met natuur om zich heen. Af en toe hou ik mijn hart vast. Het lijkt of ze straks helemaal niet meer kunnen zien hoe het allemaal zit.
Achteraf vind ik het best fijn dat ik onder de heg door kon kruipen om bij slootjes wat aan te rommelen, te kijken wat er allemaal krioelde aan salamanders en visjes eruit te halen. Ik zie mezelf nog stekelstaartjes vangen, je kon er niks mee, maar je weet het als volwassene nu nog. Kinderen groeien nu wel op in een erg technische omgeving. Wat mij betreft blijft ook deze generatie in staat om torren achterna te zitten, beestjes te bekijken, in een heldere sloot te turen… gewoon, af en toe even back to the roots. Ik denk dat we dat niet zomaar verloren moeten laten gaan.”
Deze tekst is voor Gevleugelde Woorden geschreven door Diana den Held
- Online geplaatst op:
- 19.3.09 om 14:17
- Categorie:
- 3) Voorbeelden van mijn werk
3 Reacties
Ga direct naar het reactieveld | Reactie RSS | Trackback