Michael Braungart: “Probeer maar om een zo groot mogelijke voetafdruk achter te laten.”

In gesprek met Michael Braungart op het Binnenhof. Foto: Mariëlle Verhoef.
In één zin: Michael Braungart is de grootste levensgenieter en tegelijk de meest idealistische persoon die ik ooit ontmoet heb. Toen ik hem voor het eerst hoorde stellen dat uiteindelijk alles draait om het ‘vieren van het leven’ dacht ik: Dat Kan Niet.
Eén blik op zijn achtergrond bij Greenpeace en de lijnen in zijn gezicht vertellen een ander verhaal; deze man leeft naar een visie, naar idealen en bijt zich vast. Het is iemand die zich zorgen maakt en die bezig is een doel te bereiken: verbetering. Dat hij daarvoor bereid is de grootst mogelijke offers te brengen en tóch leeft met een intense lust for life ontdek ik als ik een tijdje met hem oploop.
Cradle to Cradle
Verderop vind je een artikel over de toepassing van het concept waarmee Braungart wereldwijd bekend is geworden: “Cradle to Cradle” ligt aan de basis van de Almere Principles en het is deze slogan die momenteel de wereld verovert (in Nederland beter bekend als ‘Afval is Voedsel’).
Ironisch genoeg is Braungart eigenlijk helemaal niet zo blij met de populariteit van deze uitdrukking. “Het begint een beetje uit z’n verband te raken. Het gaat er niet om dat alles altijd maar terug naar ‘af’ moet. Waarom zou je dat doen? Vooruitgang hoort zowel bij de mens als bij de natuur; de kersenboom die zo vaak als voorbeeld gebruikt wordt, blijft ook niet op hetzelfde punt steken. En die neemt ook zeker niet zelf alles terug.”
Dingen die uit hun verband gerukt worden blijken een puntje van aandacht te zijn, zo merk ik tijdens een lezing voor ondernemers. Na een aantal presentaties van bedrijven die allemaal beweren ‘heel cradle to cradle’ te zijn, krijgen enkele sprekers direct bij aanvang van Braungarts speech een veeg uit de pan; “Ik zou het erg fijn vinden als jullie niet alleen erover nadenken om grappen of quotes van mij of McDonough aan te halen, maar ook proberen dat dan op de juiste manier te doen.”
Zijn voordracht begint met correcties en een van de deelnemers gaat zelfs bijna over de knie; “Wat jij doet is helemaal geen cradle to cradle, dat is spaghetti to spaghetti.” Om een eindje verderop e.e.a. nog een duwtje verder te geven: “Wie nu nog steeds denkt in termen van ‘minder belastend’ heeft helemaal niets van het idee begrepen. We hebben het over voedingsstoffen. Stop eens met denken in termen van meer of minder afval.”
Zo, Braungart is binnen.
Man on a mission?
Als ik Braungart later vraag of hij er zo langzamerhand niet moe van wordt om overal als een popster zijn grootste hit te moeten ‘zingen’ raak ik een snaar. “Nee,” antwoord hij. “Dit is wat ik moet doen, ik heb veel concessies moeten maken en er is nu geen weg terug. Een afgelegen schapenboerderij in Ierland zit er even niet in.” Uitdagend stel ik dat er natuurlijk altijd een keuze is. Maar Braungart weigert resoluut. “De maatschappij heeft nu zo veel in mij geinvesteerd, ik zou er ethisch niet eens mee uit de voeten kunnen om daar niets mee te doen. Trouwens, we hebben nog zo’n 10, 15 of wellicht 20 jaar de tijd om iets te veranderen, anders vernietigt het systeem zichzelf. Het moet gewoon nu.”
Met het strakke schema vol afspraken, lezingen en speeches waar ons gespek tussen geprakt is in mijn achterhoofd zie ik een man voor me die van hot naar haar leeft om te vertellen wat verteld moet worden. Dat blijkt ook wanneer ik vraag hoe hij eigenlijk woont. “Ehm, in vliegtuigen eigenlijk vooral.” Om vervolgens hard te grinniken als ik terugkaats dat hij dan buitengewoon weinig behoefte heeft aan ‘personal space’. Iets serieuzer vervolgt hij dat hij zich heeft aangeleerd om zich thuis te voelen op de plaats waar hij op dat moment is. “Ik ben nu hier met jullie en nu is mijn huis hier. Als ik dat niet doe, raak ik verloren op deze aardkloot.”
Ik krijg hem niet van zijn stuk gebracht, Braungart laat geen woord los over hoe hij zijn kinderen mist, maar in zijn speeches en ook tijdens de fotografie is te zien hoeveel waarde hij er aan hecht. Typisch Braungart: over zijn privéleven laat hij weinig los, praten over zichzelf vind hij kennelijk onbelangrijk. Als ik ook maar even mijn aandacht laat verslappen of als een vraag een kant uit gaat die hij niet relevant vindt verschijnt een gevatte opmerking, een grijns of een grap en neemt hij het gesprek over om zijn boodschap te vertellen.
Tegelijk is humor in de handen van Braungart een reusachtig (ont)wapenend middel. In een zaal die wat aan de donkere kant is, opent hij vrolijk met “Goedeavond!”, als de apparatuur even niet meewerkt stelt hij voor om dan maar even met z’n allen te gaan mediteren en zijn sneer tegen Bush begint mythische proporties te krijgen; toen Braungart en McDonough de Green Chemistry Award uit diens handen kregen kon hij het niet nalaten te melden dat het helemaal niet nodig was om voor chemische wapens helemaal naar Irak te gaan, “…want er zit genoeg in jullie speelgoed. Dit kan nooit bedoeld zijn voor kinderen.”
Geen regels!
Toch vindt Braungart zelf niet dat hij op een ‘missie’ is. Hij ergert zich groen en geel aan organisaties die zijn ideeën omzetten in regels als 1) Doe Dit, 2) Doe Dat, etc. “Zoiets werkt toch niet?” stelt hij. “Dat is net zo stom als op een feestje zeggen ‘You must have fun!’. Je maakt jezelf belachelijk”.
Ineens krijg ik in de gaten waar Braungart mee bezig is. In de dagen dat ik hem volg heb ik hem op verschillende manieren tewerk zien gaan: bij de bijeenkomst met ondernemers gooit hij een uitnodiging in de zaal om hem toch vooral even als ‘vijand’ te zien “Zodat jullie een gezamelijke vijand hebben om je tegen te verenigen”. Tijdens een debat met internationale politici in de Tweede Kamer stelt hij zich op als provocateur. De stellingen die hij door de zaal gooit doen zelfs mijn adem stokken en ik moet 3x slikken bij het horen van zoveel aanvallen op dingen die écht beter moeten kunnen. Met als gevolg:
Grote namen uit allerlei landen schieten overeind in hun stoel om toch vooral te vertellen hoe zij dingen wel en niet doen. Ze haasten zich om hun kennis te delen, en, in een vlaag van irritatie en schrik, zie ik bijvoorbeeld een Franse minister bijstand zoeken in een fluistergesprek met zijn buurman aan tafel. Terwijl ik het ze samen ‘eens’ zie worden, zie ik wat hier gebeurt; Braungart stelt zich vrijwillig op als schietschijf om mensen in actie te laten komen, tot uitspraken en vooral: tot gedachten en samenwerking. Ineens zie ik de Greenpeace-man in hem. Iets waarover weinig gesproken wordt, maar zo te zien is er in al die jaren eigenlijk weinig veranderd. Waar hij in het verleden op boten zat, of gifige lozingen markeerde ‘in het veld’ weet hij nu de weg in het land der politici, academici en ondernemers.
De beroemde chemicus
Als ik na een toespraak de rij belangstellenden zie staan schiet ik bijna in de lach. Chemicus met rockster-proporties, hij zal zelf ook niet hebben zien aankomen dat je met een dergelijke studie (“Ik ging alleen maar chemie studeren omdat ik verliefd was op mijn juf hoor”) ooit nog handtekeningen zou gaan uitdelen. Maar zelfs een Al Pacino zou er nog wat van kunnen leren; Braungart heeft voor iedereen tijd en aandacht: “Dat is een van de weinige luxe-dingen die ik nog over heb: tijd. Ik kán beslissen of ik ergens veel of weinig tijd in wil steken, dus als ik iemand tegenkom met een goed verhaal dan kan ik ervoor kiezen daar bij stil te staan. Zo hebben McDonough en ik elkaar toch ook ontmoet?”
Geen schuldgevoel
Minstens even vervelend als mensen leefregels geven, vindt Braungart het ook om mensen voortdurend een schuldgevoel aan te praten. Vooral Al Gore krijg er van langs. “Het is niet mijn bedoeling om mensen met tranen in hun ogen te laten zitten en zich allerlei dingen in het leven te laten ontzeggen omdat dat ‘beter is voor het milieu’. Inspiratie blokkeert door angst en schuldgevoelens. Dat is zó de verkeerde weg. Je kunt de dingen toch gewoon anders doen?
En wat ik zeker ook niet wil is mensen het idee geven dat elk mens er eigenlijk een te veel is, zoals Gore dat doet. Wat heeft het voor zin om mensen te verlammen? Je geeft ze alleen maar een alibi om helemaal niets meer te doen. Natuurlijk, het is afschuwelijk stom om je haar te verzorgen met een conditioner die niet alleen jouw haar een mooi glad laagje geeft maar ook het koraalrif. Maar als je een positieve of neutrale bijdrage zou kunnen doen… waarom moet je je daar dan slecht over voelen? Het wordt echt hoog tijd dat mensen die vreselijke beelden eens omdraaien: het gaat er niet om wat je aan voetafdruk allemaal moet verminderen. Het gaat er juist om wat je kunt bijdragen. Zet maar een zo groot mogelijke voetstap. Als het maar een juiste is.”
Ik grijp mijn kans om Braungart toch eens te vragen of hij de lezers, ondanks zijn hekel aan ‘voorschriften’, van Green Magazine* wat tips wil meegeven. Braungart lacht. “Het eerste wat je kunt doen is genieten van het leven, maar als je iets concreets wilt doen, help dan mee aan het creeren van supportsystemen. Vraag gewoon, als je iets koopt, aan de verkoper of je het 1) kunt verbranden zonder filters 2) in je tuin kunt leggen om te verteren of eventeel 3) terug kunt brengen. Door die vragen verandert de markt, zo simpel is het.
Maar trouwens, als jullie je magazine Green Magazine noemen, zorg dan dat het geel in je drukwerk wordt aangepast. Die kleur is zelfs in de textielindustrie in China al verboden, want er zit dichloorbenzidine in. Denk even na. Als mensen het blad uitlezen, in de papierberg gooien er er wordt vervolens wc-papier van gemaakt vervuilen jullie met 1 kilo van dat spul 3 miljoen liter water. Zorg gewoon dat je het blad in je open haard kunt gooien. Die keuze kun je maken.”
Nobel
Na een aantal malen gebruik te hebben mogen maken van Braungarts tijd: “zonder mensen die ons verhaal vertellen, zijn we nergens” ben ik onder de indruk geraakt van deze gedreven Duitser die zo slecht stil kan zitten. Tijdens eindeloze lezingen, intro’s en filmpjes heb ik voortdurend stukken papier uit zijn (linnen) tas zien komen waarop getekend en genoteerd werd. Ik heb mogen kijken naar en vooral ook lachen met dat rusteloos brein dat ’s nachts, als het gezin slaapt, weer méér concepten en strategieën zit uit te werken. 50 (terwijl ik dit online zet is hij net 51 geworden) jaar is hij nu. Ik hoor mensen zeggen dat het niet lang meer gaat duren voor die Nobel prijs komt.

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing:
Voor bovenstaand artikel geef ik onder voorwaarden toestemming om de tekst over te nemen voor gebruik op andere websites en/of in andere media. Voorwaarde 1 is dat zowel mijn naam als auteur, Diana den Held, als de bron, de url naar Gevleugelde Woorden of naar de betreffende tekst erbij worden vermeld. Voorwaarde 2 is dat de tekst niet commercieel gebruikt wordt. De 3e en laatste voorwaarde is dat de tekst niet wordt bewerkt of ingekort. Je kunt een eigen titel erboven zetten en een eigen intro, maar de tekst moet verder zo geplaatst worden zoals ik die heb geschreven. Overigens kunnen commerciele partijen natuurlijk wél gewoon even contact opnemen, dan nemen we de mogelijkheden door.
Opmerkingen:
* Dit artikel is in opdracht geschreven voor Green Magazine. (Hoewel het tijdschrift pas onlangs is verschenen, vonden de genoemde gesprekken plaats in okt/nov 2008.)
artikel michael braungart.pdf
Deze tekst is voor Gevleugelde Woorden geschreven door Diana den Held
- Online geplaatst op:
- 19.2.09 om 0:02
- Categorie:
- Dossier Cradle to Cradle (C2C) - NL
0 Reacties
Ga direct naar het reactieveld | Reactie RSS | Trackback