Michael Braungart: designers zijn veel te bescheiden als het om cradle to cradle gaat
Michael Braungart schreef samen met Bill McDonough het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things. Steeds meer organisaties krijgen in de gaten dat ze met Cradle to Cradle (C2C) zowel ecologisch als financieel beter af kunnen zijn. Maar wat is de rol van C2C in de huidige economische crisis? En wat kunnen designers ermee? Diana den Held schuift bij Michael Braungart aan voor een open gesprek.
Michael Braungart: “In een crisis zie je naast de hoop op vernieuwing altijd veel angst en onzekerheid. Mensen vallen dan terug op een haast middeleeuws gedrag. En dan zijn ze niet creatief. Niet grappig. En niet innovatief. Ze herhalen alleen nog maar wat ze vóór de crisis al deden.
Pas wanneer je ziet dat doorgaan op de oude voet niet in je voordeel is ga je oplossingen zoeken en ben je in staat je angst te overwinnen. Zoiets hebben we bijvoorbeeld gezien in de Franse revolutie. Of in het Italië van de 19e eeuw. Toen kwamen progressieve ideeën voort uit een crisis. Hiermee wil ik niet zeggen dat dit gegarandeerd tot innovatie leidt. Maar het is zeker eerder gebeurd.”
Zie je bij de implementatie van Cradle to Cradle al veranderingen door de crisis?
“We merken eigenlijk vooral een positieve beweging. Veel bedrijven en organisaties zien, juist nu, hoe belangrijk het is om klanten aan zich te binden door met hen samen te werken en naar hun behoeften te kijken. Bij Desso, een Nederlandse tapijtfabrikant die de ommezwaai naar Cradle to Cradle maakt, zien we bijvoorbeeld dat zij in een afnemende markt een winststijging halen.”
Dat kan toch nooit komen omdat consumenten in deze tijd ineens milieuvriendelijk worden?
“Nee. Maar ze letten wel meer op kwaliteit. Je wordt als consument zorgvuldiger met je uitgaven en eigenlijk zit niemand te wachten op een tapijt dat stinkt en giftig is voor jezelf en je omgeving. Er gaat nu zo veel fout, mensen willen de juiste keuzes maken. Als producent kun je daarin meebewegen.”
Wil je hiermee zeggen dat de financiële crisis het beste in ons naar boven kan brengen?
“Dat zou kunnen. Er is een goede reden om bang te zijn van wat er nu gebeurt. Maar als je doorziet dat angst je verlamt en de mogelijkheden om te vernieuwen vertraagt, dan realiseer je je dat je nu in actie moet komen.
Het is op dit punt dat architecten, designers en ontwikkelaars de crisis gaan zien als een kans. Natuurlijk, soms kun je niet zo snel bewegen als je zou willen, maar door samen te werken kun je het tempo opvoeren. Creativiteit en samenwerking nemen de hoofdrol over van het kapitaal. Zelfs in de vanouds conservatieve chemische industrie zie je Cradle to Cradle ineens hoog op de agenda komen.”
Welke positie kunnen designers in deze omslag innemen?
“Hoewel ontwerpers vaak het imago hebben een enorm ego met zich mee te dragen vind ik ze als het om milieu en grondstoffen gaat veel te nederig. Ze arrangeren een verzameling giftige materialen een beetje anders en noemen dat design. Het wordt tijd voor ambitie. Op dit moment hebben we ontwerpers nodig die goeie dingen willen maken. Die andere mensen willen organiseren en processen willen veranderen. Mensen die er toe willen doen. En niet alleen maar de dingen ‘een beetje mooier willen maken’.”
Jonge designers maken hun eerste ontwerp vaak met de hand, in een oplage van n=1. Maar dan wordt hun idee succesvol en komt massaproductie om de hoek. Veel ontwerpers dreigen dan in ‘oude’ procedures te vallen van de grote productiehuizen. Wat raad je aan?
“Het eerste ontwerp maken is altijd een leuke fase. Maar daarna ga je een relatie met je ontwerp aan, je krijgt een diepere verbinding. Dat vind ik essentieel. Alleen dan ga je van een romantische affaire met een eerste productontwerp, naar een volwassen verhouding. Ook hier is het een kwestie van ambitie. Wil je je als een tiener blijven gedragen, waarbij je iets oppakt en al snel weer loslaat of wil je volwassen worden? Ik denk dat designers gelukkiger zijn als ze niet alleen maar aan een klein stukje van het proces deelnemen.”

Is er een andere houding nodig in de designwereld?
“Er ligt momenteel een enorme druk op ontwerpers, er wordt veel van ze verwacht. Ze willen kunstenaar zijn. Ze willen creatief zijn. Ze moeten ondernemers zijn, managers en met klanten kunnen omgaan. En dan is er nog hun eigen ego. Genoeg factoren om iemand onzeker te maken.
Daarom denk ik dat er een verandering in de opleiding nodig is. Er zijn verschillende soorten designers nodig. Communicatiedesign is bijvoorbeeld al een aparte discipline, maar er zijn meer kwalificaties nodig. Zoals ‘material flow’-ontwerpers, die dan weer een team kunnen vormen met de kunstenaars, designmanagers enzovoorts. Er is een meer diverse groep nodig. Momenteel is er veel te veel competitie op te veel verschillende vlakken waardoor je alleen maar middelmatigheid krijg.
Er kan niet maar één held zijn die door iedereen gevolgd wordt. Je krijgt dan alleen maar een persoon die al z’n zwakke plekken probeert te overcompenseren. Focus op je krachten, onderken je zwakke plekken en zoek mensen om je daarbij te helpen.”
Veel jonge designers hebben het gevoel dat ze kennis tekort komen om met Cradle to Cradle aan de slag te gaan. Je hoort vaak vragen zoals: “Ik weet dat de juiste materialen er zijn, maar waar vind ik die? Hoe moet ik omgaan met biologisch afbreekbaar ‘plastic’ ?” enzovoorts. Wat raad je hen aan?
“Als mensen zulke vragen stellen, het verlangen uiten om holistisch goed design te maken dan hebben ze al 50% van wat er nodig is. En ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat ze niet alles in hun eentje hoeven te doen. In de geschiedenis zie je dat echte innovaties altijd vanuit teams zijn gekomen, niet vanuit individuen. Je zag soms wel een individu op de voorgrond staan, maar er zat altijd een team achter. Dat mechanisme geldt nu ook: in je eentje ben je op een gegeven moment alleen maar bezig met bestaande dingen aanpassen.
Er is voor ontwerpers die al wat verder in het ontwerpstadium zijn veel materiaalkennis te vinden in de database in Milaan, bij Material Connexion. Maar nogmaals: neem materiaalsoorten niet als uitgangspunt in je conceptfase, het belemmert je denken. Wat er nu nog niet is, kan er over een paar jaar wel zijn. Vooral als je er als designer om gaat vragen.”
Is dat dé tip voor designers die op een meer Cradle to Cradle manier willen ontwerpen?
“Ja. Begin bij meer arrogant te zijn en vragen te stellen over de spullen waar je mee werkt. Zeg gewoon: “ik wil dat giftig materiaal niet gebruiken” en breng een beweging op gang. Als je bijvoorbeeld kijkt naar merken als Luis Vuitton, Dolce & Gabbana en Armani… wat daar uit de fabriek rolt en de winkels in gaat is hazardous waste.
Bij bijna alle beroemde designhuizen is nog een enórme innovatieslag te doorlopen. Daar hebben de ontwerpers invloed op. Vraag om materialen die je wel op je huid kunt dragen, die geschikt zijn voor mensen. Ontwerp producten voor een woning of werkplek waar de binnenlucht wél gezond is. Als ontwerper ben je gebruiker van de materialen die door anderen ontwikkeld worden. Zet hen aan het werk.”
Maar hoe regelen ontwerpers dan die alternatieve materialen?
“Waarom zou je je conceptdenken laten beïnvloeden door de verkrijgbaarheid van een materiaalsoort? Het is een uitingsvorm van design, niet de sleutel. Benoem je wensen en eisen bij je ontwerp. Wijs de zwakke plekken aan. Het hoeft nog niet 100% perfect te zijn. Door in één keer alles goed te willen hebben blokkeer en vertraag je jezelf alleen maar. Zolang je meldt waar en wanneer je veranderingen wilt doorvoeren kun je samen met anderen naar oplossingen gaan kijken. Neem gerust tussenstappen. Maar… leg geen compromissen bij je visie.”
Goed. Designers kunnen invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de juiste materialen. Maar wat kunnen zij zelf nu concreet doen, ook met de crisis in ogenschouw nemend?
“Als ontwerper geef je niet alleen dingen vorm. Je hebt ook invloed op de material flow. Dat wil niet zeggen dat alles per se terug de biosfeer in moet. Je kunt gerust gebruik maken van materialen die niet afbreekbaar zijn, zolang je maar zorgt dat ze dan terug in de technosfeer kunnen. En dat betekent: je ontwerp zó maken dat je het handig uit elkaar kunt halen.
Een tv maken zonder koper is op dit moment bijvoorbeeld onmogelijk. Maar een tv maken waar de koper weer uit gehaald kan worden is dat wel. Koper is zeldzamer dan olie, dat wíl je helemaal niet verliezen op een vuilstortplaats, dat wil je weer terughalen naar de fabriek en zo makkelijk mogelijk uit het apparaat halen. Daarvoor is een goed ontwerp nodig. Het is niet zo moeilijk uit te rekenen hoeveel voordeel daarmee behaald kan worden.”

Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing:
Voor bovenstaand artikel geef ik onder voorwaarden toestemming om de tekst over te nemen voor gebruik op andere websites en/of in andere media. Voorwaarde 1 is dat zowel mijn naam als auteur, Diana den Held, als de bron, de url naar Gevleugelde Woorden of naar de betreffende tekst erbij worden vermeld. Voorwaarde 2 is dat de tekst niet commercieel gebruikt wordt. De 3e en laatste voorwaarde is dat de tekst niet wordt bewerkt of ingekort. Je kunt een eigen titel erboven zetten en een eigen intro, maar de tekst moet verder zo geplaatst worden zoals ik die heb geschreven. Overigens kunnen commerciele partijen natuurlijk wél gewoon even contact opnemen, dan nemen we de mogelijkheden door.
Opmerking:
Dit gesprek vond plaats in februari 09, het artikel(.pdf) is geschreven voor Tutto Bene t.b.v. hun presentatie tijdens de Salone del Mobile in Milaan.
Cradle to Cradle® and C2C® are registered trademarks held by EPEA Internationale Umweltforschung GmbH and McDonough Braungart Design Chemistry, LLC.
Deze tekst is voor Gevleugelde Woorden geschreven door Diana den Held
- Online geplaatst op:
- 2.5.09 om 12:23
- Categorie:
- Dossier Cradle to Cradle (C2C)
0 Reacties
Ga direct naar het reactieveld | Reactie RSS | Trackback