Kasteel Sipernau

Ik heb een bijzondere band met Kasteel Sipernau in Elen (bij Maaseik).


(Voorzijde Sipernau, foto uit eigen beheer.)

Uit de reeks ‘Château Limbourg’ (niet door mijzelf geschreven!):

Kasteel Sipernau in Elen

Napoleon overnachtte na veldtocht in het kasteel van Elen…

In onze kastelenreeks bezoeken we vandaag dat van Sipernau in Elen. In dit riante optrekje zou Napoleon ooit overnacht hebben toen hij terugkwam van een Russische veldtocht.

Leg Napoleon maar in de blauwe kamer…

In sommige kastelen heb je een spook, in andere kastelen heb je dan weer een slotgracht. Kasteel Sipernau in Elen heeft het allemaal. Plus een bereisde kasteelheer en -vrouwe, roots tot in de zevende eeuw, onderaardse gang, een kapel als bedevaartsoord en een imposante oprijlaan met hoge bomen.

En zelfs ene Bonaparte, een kleine Corsicaanse druktemaker, heeft er ooit overnacht toen hij terugkwam van een Russische veldtocht. «Leg Napoleon maar in de blauwe kamer, lieve…» Het pittoreske kasteel heeft zelfs ooit een delegatie Japanners over de vloer gekregen. Een zeldzame kans. «Ik had eens een groep uit Japan bij mij, die kwamen hier werken. Het leek me wel interessant als ze Sipernau konden bekijken. Het was de eerste en enige maal, maar het mocht toch.»

Cyriel Coolen kreeg dat voor mekaar dankzij zijn vriendschap met kasteeleigenaaar Emiel Bokken. Hij is ook degene die ons meldde wat een leuk kasteel Elen rijk is. Veel bezoekers komen er normaal niet door de voordeur.

Alleen de kapel is open voor mensen die de Heilige Rita – van de hopeloze gevallen, zo wordt me verteld – om hulp komen vragen. «Lang heeft ze leeg gestaan. Een jaar of zes geleden hebben we ze weer in orde gebracht, nu kunnen de mensen hier het grootste deel van het jaar binnen,» vertelt kasteelvrouwe Patricia Bokken-Micha. «Vorige week was hier nog een mevrouw, die regelmatig in de kapel komt. We vroegen haar binnen voor een tas koffie,» vult Emiel Bokken aan. «Heel gelukkig was ze, ‘dat ik op mijn verjaardag hier eens binnen mag kijken’.»

Dreef

Ooit had het kasteel een lange, statige oprijlaan. Met een bocht naar rechts ging het richting kasteel. Maar nu hoort die niet meer echt bij het kasteel, alleen nog een klein stuk. De Kasteeldreef zelf is volgebouwd met huizen. Het is er koel, lekker in de schaduw van de hoge bomen. Lijkt me toch ook apart wonen, in de vroegere voortuin van de baron.

Jaren geleden wilde de laatste baron, Powis de Tenbossche, zijn goed kwijt. Er bood zich geen koper aan, dus de bezittingen werden verkaveld en apart verkocht. «Dat hadden ze nooit mogen doen. Vroeger waren het kilometers eigendom,» meent Emiel Bokken. De familie mag zich sinds 1952 eigenaar noemen van kasteel, voorplein, oprijlaan en tuinen.

Het huis van de rentmeester – de ‘hondenkop’ – heeft een aparte bezitter. De vroegere ‘paardenkop’, de stalgebouwen, is weer van iemand anders.

Ik word uitgenodigd te gaan zitten in een van de zitkamers met gebloemd bankstel. Bakje koffie, en de kasteelheer breekt los met zijn verhaal. Het gesprek speelt zich af in Nederlands, Afrikaans, Frans, Engels en dialect. Het is vandaag namelijk een gemengd gezelschap. «Patricia, liggen mes lunettes in de tiroir?» Zo gaat dat dan. Echtgenote Patricia is in het Engels grootgebracht, maar is eigenlijk franstalig. Dan is er nog een gaste uit Zuid-Afrika. It’s a small world after all.

Deze zomer bezoekt Esmé Koppers uit Zuid-Afrika de familie Bokken-Micha. Ze heeft drie tieners meegebracht, «van 14, 15 en 16.» Een van de meisjes wilde niet meer in haar slaapkamer blijven, nadat ze er spookachtige geluiden had gehoord. Jawel, het kasteel heeft een spook. Boven hebben de meisjes het bed van de ene naar de andere slaapkamer verhuisd. «Ze hadden om drie uur in de nacht iets gehoord, en nu zijn ze bang,» vertellen Emiel en Patricia.

Vroeger maakte Patricia zelf op een nacht mee hoe – op hoogst mysterieuze wijze – in een bepaalde kamer het licht aansprong. Met haar schoonzus probeerde ze met alle mogelijkheid het weer uit te krijgen. Het lukte niet. Hm.

Afrika

Emiel Bokken en zijn vrouw, en zijn moeder Emilie van 87, zijn de vaste bewoners van kasteel Sipernau. «Ik heb nog drie zusters, maar ik alleen ben eigenaar van het kasteel. Ik ben veertig jaar weggeweest, naar Afrika. Ik had hier geen huis. Mijn moeder zei dat ik het kon hebben en dat heb ik toen geregeld met mijn zussen.»

De eigenaar van het optrekje neemt een flinke zaklamp ter hand. Aha, duistere plekjes in ‘t kasteel? In eerste instantie kijken we naar enkele mooie open haarden. In de kelder hebben we de zaklamp niet nodig, daar is elektrisch licht. «Kijk hier, deze stenen trap behoorde tot het kasteel van voor 1730,» legt Emiel Bokken uit.

In de streek doen spannende verhalen de ronde, over een verborgen tunnel. Allemaal waar. Door een onderaardse gang konden de bewoners van het kasteel discreet verdwijnen. «De gang liep vanuit de kelders naar de Broekergade, een boerderij die 700 meter verder lag. Daar was een afspanning, met paarden en koetsen om mee te vluchten. Daarginds liep de Romeinse heirbaan, ziet ge. Die boerderij is zo’n 20 jaar geleden afgebroken,» legt Emiel Bokken uit.

Ik kan me voorstellen dat hij als kleine zich daar heeft kunnen amuseren. «Nee, die gang is al altijd afgesloten geweest. Ik reed hier op mijn fietsje door het huis.»

Groene vingers

Helemaal rondom het kasteel loopt een vijver. De oprijlaan naar het kasteel loopt via een duiker, waar het water onderdoor geleid wordt. Emiel: «Na de tweede wereldoorlog zijn de vijvers gedeeltelijk dichtgegooid door de boeren. We hebben de duiker weer vrijgemaakt en de dreef weer proper gemaakt.»

Een moderne kasteelheer en zijn vrouwe hebben geen personeel, ben je gek – ze doen alles zelf. «We zijn ook maar gewoon mensen,» beweert het echtpaar. Patricia Micha, een vlotte platinablonde dame in jeans, zorgt eigenhandig voor de tuin. «Zij heeft groener vingers dan ik,» vindt Emiel Bokken. Terug in de zitkamer, wijst Emiel naar een gigantische zwarte spin op de gordijnen. Nep. Gebruiken ze om hun bezoek op de kast te jagen. Emiel: «Ja, in een kasteel zitten volgens de mensen ook veel spinnen. Dus hebben we er een gehangen.»

Bron: Het Belang van Limburg